![]() |
Concreet voorziet Neptunus voor West-Vlaanderen openbaarvervoerknooppunten op interstedelijk, interregionaal en bovenlokaal of stedelijk niveau. De stedelijke gebieden vormen het zwaartepunt van de verschillende verplaatsingsstromen binnen de provincie.
Door de ruimtelijke spreiding van deze gebieden, wordt West-Vlaanderen vrij volledig afgedekt. Om het openbaarvervoernetwerk optimaal te kunnen structureren, werden nog een aantal niet-stedelijke knooppunten geselecteerd. We hebben het hier onder andere over knooppunten die structureel of economisch van belang zijn.
Twee nieuwe vervoermodi worden in het netwerk geïntroduceerd: de lighttrain en de sneltram.
Voor de lighttrain laat De Lijn het initiatief over aan de NMBS. De lighttrain wordt immers voorzien op trajecten waar reeds spoorweginfrastructuur en treinverbindingen bestaan en waar het aanbod verder geoptimaliseerd kan worden om beter aan te sluiten op de behoeften van de reiziger. Het gaat hier met name over de trajecten Ieper – Kortrijk en Kortrijk – Waregem.
Het invoeren van sneltramverbindingen is dan weer de verantwoordelijkheid van De Lijn. De sneltram zal vooral komen op trajecten waar geen of onvoldoende spoorweginfrastructuur bestaat of als aanvulling op IC-verbindingen met weinig stopplaatsen. Dat is onder andere het geval voor de verbindingen Dunkerque – Veurne – Oostende – Knokke-Heist, Oostende – Brugge, Zeebrugge – Brugge, Brugge – Torhout en Roeselare-Kortrijk.
Er komt ook een kwaliteitsverbetering en uitbreiding van de Kusttram. De voorbije jaren zijn al heel wat inspanningen geleverd om de capaciteit, het comfort en de kwaliteit van de Kusttram verder te verbeteren. Nu is het echter tijd om nieuwe uitdagingen aan te gaan, zowel op korte als op lange termijn.
Het verbindend busvervoer vormt een aanvulling op het spoorgebonden openbaar vervoer. De Lijn wil op dit schaalniveau werken aan kwaliteitsvol verbindend busvervoer tussen de stedelijke gebieden. Ook de verbinding van kleinstedelijke gebieden met de regionaal stedelijke gebieden is hier belangrijk. Daarnaast blijkt uit potentieelonderzoek dat een aantal verbindingen tussen stedelijke gebieden en buitenlandse knooppunten niet vergeten mogen worden.