Ambassadeurs

man-met-laptop Mobiliteitsvisie 2020 krijgt de medewerking en steun van provinciegouverneur Lodewijk De Witte, gedeputeerde van Mobiliteit Julien Dekeyser en belangenverenigingen zoals TreinTramBus. Alle partijen nemen in dit toekomstplan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en willen bijdragen tot een bereikbaar, leefbaar en welvarend Vlaanderen. De Lijn nodigt uiteraard ook andere organisaties uit om zich bij Mobiliteitsvisie 2020 aan te sluiten.

Draagvlak vanuit de provinciale en lokale dialoog

Voordat de opwaardering van het openbaar vervoer binnen Vlaams-Brabant van start kan gaan, is het van het grootste belang dat de stakeholders van De Lijn Vlaams-Brabant overtuigd zijn van de noodzaak hiervan. Dat betekent dat de politieke wereld, het maatschappelijk middenveld, de socio-economische en mobiliteitsactoren ervan doordrongen moeten zijn dat er een nieuwe wending moet worden gegeven aan de organisatie van het openbaar vervoer in Vlaams-Brabant.

De Lijn Vlaams-Brabant organiseerde een provinciale dialoog waarin ze haar Mobiliteitsvisie 2020 tijdens een gespreksronde voorstelde aan het brede maatschappelijk middenveld.

In die dialoog werden volgende organisaties betrokken:

 

  • Werkgeversorganisaties: VOKA, BECI, Unizo
  • Werknemersorganisaties: ACW, ACV, ABVV
  • Mobiliteitsorganisaties: Touring
  • Vlaamse Overheden: Vlaamse Luchthavencommissie (VLC)
  • Openbaar Vervoercommissie (OVC) waar de volgende administraties zijn vertegenwoordigd: MOW, AWV, RWO, NMBS, Provinciebestuur
  • Brusselse Overheden: Gewestelijke Mobiliteitscommissie (GMC)
  • Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij van Brussel (GOMB)
  • Provinciale Overheden: Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM)
  • Provincieraad Vlaams-Brabant
De dialoog had tot doel:
  • de mobiliteitsproblemen van Vlaams-Brabant en Brussel onder de aandacht te brengen;
  • een draagvlak te creëren voor de Mobiliteitsvisie 2020;
  • lokale feedback te krijgen over de voorgestelde openbaarvervoerverbindingen in Vlaams-Brabant;
  • de Mobiliteitsvisie 2020 te integreren in de gemeentelijke mobiliteitsplannen.

De vervoermaatschappij hield daarnaast ook een lokale dialoog in december 2009. In die dialoog kregen de burgemeesters en schepenen van Mobiliteit van de 65 Vlaams-Brabantse fusiegemeenten de kans hun opmerkingen op de Mobiliteitsvisie 2020 te formuleren.
Er werd eveneens nagegaan in welke mate de visie aansluit of in de toekomst kan aansluiten bij het lokale mobiliteitsbeleid. Uit de lokale dialoog kwamen drie algemene conclusies naar voor:

  • Het draagvlak voor de aanleg van infrastructuur voor nieuwe tramverbindingen is het grootst wanneer deze tramlijnen niet parallel lopen met bestaande NMBS-spoorlijnen. Indien de verbindingen volledig of gedeeltelijk parallel lopen met een bestaande spoorverbinding, vragen de lokale besturen om intensiever gebruik te maken van de bestaande infrastructuur. Dat betekent dat het geen evidentie is om een draagvlak te vinden voor de Leuvense tramverbindingen en voor een aantal Brusselse tramverbindingen.
  • De gemeenten vragen om op korte termijn het busnetwerk aan te passen. Er wordt gevraagd om bij de uitwerking van de Mobiliteitsvisie 2020 ook aan het ontsluitende en ondersteunende netwerk van
    streeklijnen
    aandacht te schenken.
  • In de regio’s Pajottenland en Hageland wordt gevraagd naar een verdere uitbouw van het vraagafhankelijk aanbod via belbussen.
Deze conclusies werden in rekening gebracht bij de ontwikkeling van het projectplan.