In 2001 keurde het Vlaams parlement het decreet basismobiliteit goed. Dit decreet houdt in dat iedereen die in een woongebied in Vlaanderen woont, recht heeft op een gegarandeerd aanbod aan openbaar vervoer. Met de uitvoering hiervan wil de Vlaamse overheid elke inwoner van Vlaanderen de garantie geven op mobiliteit. Het decreet bepaalt hoe vaak, hoe vroeg en hoe laat De Lijn moet rijden, en wat de maximale afstand tot een halte mag zijn.
Wat is basismobiliteit?
Basismobiliteit is het decreet dat het basisaanbod aan openbaar vervoer bepaalt.
De volgende criteria bepalen de invulling van de basismobiliteit:
- de maximumafstand tot de dichtstbijzijnde halte
- het aantal ritten per uur
- de maximale wachttijd
Deze normen verschillen volgens de ligging (grootstedelijk, stedelijk, rand- en kleinstedelijk gebied, buitengebied) en het tijdstip (spits- en daluren).
Overzicht basismobiliteit
Hieronder vindt u een samenvattende tabel over basismobiliteit.
| Weekdagen 6 tot 9 en 16 tot 18 uur | Weekdagen 9 tot 16 en 18 tot 21 uur | Weekend 8 tot 23 uur | Maximale halteafstand |
|---|
| Grootstedelijk | 5 ritten/uur | 4 ritten/uur | 3 ritten/uur | 500 meter |
|---|
| Stedelijk | 4 ritten/uur | 3 ritten/uur | 2 ritten/uur | 500 meter |
|---|
| Rand- en kleinstedelijk | 3 ritten/uur | 2 ritten/uur | 1 rit/uur | 650 meter |
|---|
| Buitengebied | 2 ritten/uur | 1 rit/uur | 1 rit/2 uur | 750 meter |
|---|
Hoe werkt De Lijn aan basismobiliteit?
Om basismobiliteit te realiseren heeft De Lijn heel haar net onder de loep genomen. Waar niet werd voldaan aan de criteria van basismobiliteit werden nieuwe lijnen opgestart, bestaande lijnen uitgebreid of het aantal ritten verhoogd. Een bekende toepassing is
de belbus, die de mobiliteit verzekert in dunbevolkte gebieden.
Extra aanbod in meer dan 300 gemeenten op 10 jaar tijd
De voorbije 10 jaar hebben bijna alle gemeenten in Vlaanderen extra openbaar vervoer gekregen. Hierdoor heeft 90 % van de woonzones een gegarandeerd basisaanbod aan openbaar vervoer. Het aantal reizigers is de afgelopen 10 jaar meer dan verdubbeld.
121,5 miljoen euro voor invoering basismobiliteit
Voor de realisatie van het extra aanbod in het kader van basismobiliteit heeft De Lijn 121,5 miljoen euro geïnvesteerd.
Permanente evaluatie nieuwe projecten
Bij de invoering van extra aanbod schenken we veel aandacht aan de efficiënte besteding van de middelen en het overleg met de betrokken partijen. Elk voorstel voor een nieuw project wordt geëvalueerd door de openbaar-vervoercommissie (OVC). De OVC bestaat uit vertegenwoordigers van de Administratie Wegen en Verkeer, de gemeente, de provincie, de NMBS, de mobiliteitscel, de Administratie Ruimtelijke Ordening en De Lijn.
Een externe auditor licht elk voorstel door. Ook de Bond van Trein-, Tram- en Busgebruikers geeft advies, zowel bij de start als de jaarlijkse evaluatie.
De OVC evalueert de ingevoerde projecten ook na elk exploitatiejaar. Bij zo'n evaluatie komen o.a. de evolutie van het reizigersaantal en knelpunten aan bod. Er wordt bijgestuurd waar nodig. Centraal bij de evaluatie staat het onderzoek naar de efficiëntste exploitatievorm. De Lijn kan bijvoorbeeld het aanbod van de lijn aanpassen aan het effectief gebruik tijdens de spits en het weekend. Andere mogelijkheden zijn de vervanging van een Lijnbus door een belbus, het samenvoegen van lijnen of het opheffen van ritten wanneer er te weinig reizigers zijn.
Overzichtskaarten per provincie