![]() |
Gemiddeld legt elke personenwagen in België zowat 15 000 kilometer af (bron: FOD Mobiliteit en Vervoer). Dat komt overeen met een jaarlijkse CO2-uitstoot van ongeveer 2,8 ton. Daarnaast gebruiken we natuurlijk nog heel wat andere vervoermiddelen. De impact van onze vervoerwijze op de totale CO2-uitstoot is niet te onderschatten en bedraagt ongeveer 20 tot 25 % (het precieze percentage is onder meer afhankelijk van het al dan niet meetellen van internationale lucht- en scheepvaart).
Natuurlijk willen wij de impact van onze eigen bussen en trams ook zo goed mogelijk kennen. Wij gebruiken daarvoor de cijfers in onderstaande tabel. Deze cijfers zijn uit verschillende bronnen afkomstig en geven vooral een grootteorde aan. Voor het aantal inzittenden van onze bussen en trams baseren we ons op tellingen en extrapolaties. In de loop van 2010 hopen wij de chipkaart als vervoerbiljet in Vlaanderen te introduceren, zodat nauwkeurige tellingen mogelijk zullen zijn. De gegevens uit de onderstaande tabel zullen dan ook aangepast worden zodra de eerste, stabiele metingen gekend zijn.
In tussentijd hebben wij ons op een aantal veronderstellingen gebaseerd. Deze worden in de derde kolom van onderstaande tabel ook per vervoermiddel geëxpliciteerd:
CO2-uitstoot (g/km, tank to wheel) | veronderstellingen / bronnen | |
|---|---|---|
| Gemiddelde voor alle personenvervoer (2007) | 118 | Bron: MIRA-T 2008 |
| Gemiddelde voor alle personenvervoer (2000) | 132 | Bron: MIRA-T 2008 |
| Gemiddelde wagen | 132 | Diesel, 7 l/100 km (= 185 g CO2/km), op basis van 1,4 inzittenden |
| Gemiddelde nieuwe wagen | 107 | 150 g/km, 1,4 inzittenden |
| Gemiddelde wagen, bezetting tijdens spitsuren | 155 | 185 g/km, 1,2 inzittenden |
| Gemiddelde standaardbus | 85 | Diesel, 45 l/100 km, 14 inzittenden |
| Hybride standaardbus | 68 | 20 % brandstofreductie t.o.v. standaardbus |
| Gemiddelde gelede bus | 74 | Diesel, 59 l/100 km, 21 inzittenden |
| Gemiddelde tram theoretisch (Hermelijn) | 23 | 4 kWh/km, 60 inzittenden, 349 g CO2/kWh standaard elektriciteitsmix België, incl. kernenergie (bron: VITO, Auditconvenant) |
Gemiddelde tram in de praktijk (Hermelijn, groene stroom) | 1 | De Lijn koopt 100 % groene stroom in, vooral afkomstig van waterkrachtcentrales (20 g CO2/kWh) |
| Metro | 30,5 | Bron: MIVB |
| Nieuwste hybridewagen | 89 | Nieuwe Toyota Prius, info van de fabrikant |
| Elektrische wagen | 37 | 15 kWh/100 km, standaardelektriciteitsmix België, 1,4 inzittenden |
| Trein | 28 | Bron: NMBS |
| Motorfiets | 107 | Benzine, 4,5 l/100 km, 1,02 inzittenden |
| Scooter | 77 | Benzine: 3,2l/100 km, geen passagiers |
| Fiets / te voet | 0 |
De bovenstaande cijfers geven enkel de directe CO2-uitstoot weer ('tank to wheel' of TTW) door verbranding.
Ook indirect ('well to tank' of WTT), meer bepaald bij het productieproces van de brandstof, wordt een grote hoeveelheid energie verbruikt. Er komt dus ook op dat moment een CO2 vrij. Verschillende bronnen geven de grootteorde hiervan aan, met name zowat 10 tot 30 % van het directe energieverbruik.
Hoewel de som van beide uitstootbronnen (WTT+TTW = WTW, of 'well to wheel') eigenlijk de meest correcte maatstaf is voor de CO2-uitstoot van verschillende voertuigen, rekenen we toch bij voorkeur met de TTW-cijfers. Daarvoor zijn immers de meeste cijfers terug te vinden, bv. op de reclameaffiches van de autoverdelers of in verschillende internationale rapporten.
Onze routeplanner op maat berekent de besparing qua CO2-uitstoot van een bus, tram en trein in vergelijking met een gemiddelde wagen.
We geven geen berekening voor de CO2-besparing voor het voorgestelde traject met de belbus.
Die besparing hangt immers sterk af van de bezettingsgraad van de bus, die sterk varieert van rit tot rit. Op die manier kunnen er grote verschillen optreden in de af te leggen afstand en het traject dat een belbus tijdens een rit zal afleggen.
Een testversie van onze routeplanner op maat is beschikbaar op de volgende websites:
Hieronder leest u welke formule we hanteren om de CO2-besparing te berekenen.
In onze berekeningen hanteren we altijd een gemiddelde CO2-uitstoot van 79g/km voor een bus. De routeplanner kan immers niet vooraf weten welk type bus zal worden ingezet (standaardbus, gelede bus, hybride bus,…).
We nemen de CO2-uitstoot van een gemiddelde wagen (132g/km) en verminderen dit met de CO2-uitstoot van een gemiddelde bus (79g/km). Het getal dat we bekomen, vermenigvuldigen we met het aantal kilometers dat de reiziger met de bus aflegt.
Wanneer een reiziger bijvoorbeeld een traject van 12km aflegt met de bus, krijgen we de volgende berekening:
(132-79) x 12 = 636
Een reiziger bespaart dus 636g CO2 door zijn traject van 12km af te leggen met de bus in plaats van met de auto.
We nemen de CO2-uitstoot van een gemiddelde wagen (132g/km) en verminderen dit met de CO2-uitstoot van een gemiddelde tram (1g/km). Het getal dat we bekomen, vermenigvuldigen we met het aantal kilometers dat de reiziger met de tram aflegt.
Wanneer een reiziger bijvoorbeeld een traject van 21km aflegt met de tram, krijgen we de volgende berekening:
(132-1) x 21 = 2751
Een reiziger bespaart dus 2751g CO2 door zijn traject van 21km af te leggen met de tram in plaats van met de auto.
We nemen de CO2-uitstoot van een gemiddelde wagen (132g/km) en verminderen dit met de CO2-uitstoot van een gemiddelde trein (28g/km). Het getal dat we bekomen, vermenigvuldigen we met het aantal kilometers dat een reiziger met de trein aflegt.
Wanneer een reiziger bijvoorbeeld een traject van 38km aflegt met de trein, krijgen we de volgende berekening:
(132-28) x 38 = 3952
Een reiziger bespaart dus 3952g CO2 door zijn traject van 38km af te leggen met de trein in plaats van met de auto.
Omdat De Lijn de problematiek van CO2-uitstoot en de gerelateerde klimaatopwarming erg belangrijk vindt, rekenen we in de bovenstaande tabel met specifieke CO2-emissies.
Er zijn echter ook andere vergelijkingsbasissen mogelijk, bijvoorbeeld het specifieke energieverbruik per persoon per kilometer.
De conclusies uit dergelijke vergelijkingen lopen sterk gelijk met de bovenstaande evoluties.
Zie bijvoorbeeld figuur 44 op pagina 107 van het Mobiliteitsrapport (pdf - 2,60MB) (MORA, 2009).
De bekendste manier om de uitstoot van het broeikasgas CO2 te compenseren is door bomen aan te planten. Om te groeien hebben bomen immers CO2 nodig. Bij dit proces (fotosynthese) gebruiken ze koolstof om te groeien: de koolstof (C) van koolstofdioxide (CO2) leggen zij vast in hun biomassa (hout, plantweefsel, wortels, ...). Als afvalproduct stoten ze zuurstof (O2) terug uit.
Op die manier zuiveren bomen (en planten) eigenlijk de lucht voor de mens. Wij doen immers het omgekeerde: wij ademen lucht in, verbruiken de zuurstof O2 die erin zit, en ademen méér CO2 uit. Dagelijks ademen wij zowat 900 gram CO2 per volwassene uit per jaar.
De aanplanting van bossen kan in eigen land gebeuren of elders in de wereld. Broeikasgassen verspreiden zich namelijk over de hele aarde, dus het maakt niet uit waar wij de bossen aanplanten.
Ook over hoeveel CO2 een boom nu precies nodig heeft om te groeien, bestaan een pak cijfers. Uit verschillende bronnen (o.a. VBV, K.U.Leuven, UGent, …) hebben wij de volgende informatie geselecteerd: