Geen extra veiligheidsmaatregelen nodig in 98 % buurten

15/5/2009Resultaten 2e kwartaal Veiligheidsmonitor bekend

Het aantal buurten waar De Lijn extra veiligheidsmaatregelen moet inzetten, is de eerste drie maanden van dit jaar gedaald. Dat blijkt uit de resultaten van de Veiligheidsmonitor, een wetenschappelijk instrument waarmee De Lijn overlast en geweld op en rond haar voertuigen in kaart brengt. Op basis van die resultaten zet de vervoermaatschappij gericht veiligheidsmaatregelen in. 

Vier interventiefases

De Veiligheidsmonitor is een wetenschappelijk instrument dat informatie verzamelt over de 7685 buurten in Vlaanderen en Brussel waar De Lijn een halte heeft. De analyse daarvan levert een lijst op met aandachtsbuurten: plaatsen die op een bepaald tijdstip een verhoogde concentratie aan incidenten hebben. Vaak heeft zo’n aandachtsbuurt geen permanent karakter, maar verplaatst ze zich in tijd en ruimte.

 

De buurten worden onderverdeeld in vier interventiefases, gaande van nul tot en met drie. Afhankelijk van de situatie zet De Lijn tijdelijk (fase 1) of permanent (fase 2) de eigen veiligheidsmaatregelen in. Het gaat bijvoorbeeld om de inzet van extra controlepersoneel en camerabussen. Indien nodig worden ook de lokale autoriteiten en politie om bijstand gevraagd (fase 3). Bij een fase 0 zijn geen extra veiligheidsmaatregelen nodig.

Extra aandacht voor 145 buurten op 7 685

In vergelijking met het vierde kwartaal van 2008 is het aantal buurten waar extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn (fase 1, 2 en 3) gedaald van 161 naar 145. Globaal genomen neemt het aantal buurten in fase 2 en 3 af, waardoor het aantal buurten in fase 1 en 0 toeneemt.

 

Het aantal buurten waarin geen extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn, is gestegen tot 7540. Dat is 98 % van het aantal buurten waar De Lijn een halte heeft. Het aantal buurten in fase 3 (= permanent verhoogde inzet eigen veiligheidsmaatregelen + steun van lokale overheid en politie) liep terug van 22 naar 15, het aantal buurten in fase 2 (permanent verhoogde inzet eigen veiligheidsmaatregelen) daalde van 54 naar 44. Het aantal buurten in fase 1 (tijdelijk verhoogde inzet eigen veiligheidsmaatregelen) steeg lichtjes, van 85 naar 86. 

 

Bij de provincies daalt het totaal aantal aandachtsbuurten (fase 1, 2 en 3) in Antwerpen, Limburg en Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen blijft op hetzelfde niveau. Alleen in Vlaams-Brabant is er een stijging van het aantal aandachtsbuurten, maar anderzijds is er in deze provincie geen enkele buurt in fase 3. Omdat nog maar resultaten van twee kwartalen beschikbaar zijn, is het te vroeg voor trendanalyses. Daarvoor moeten ten minste de resultaten van vier kwartalen beschikbaar zijn.

Vooral verbale agressie

De verstoring van de openbare orde (18 %) en onderlinge ruzie tussen reizigers (14 %) zijn de belangrijkste aanleidingen voor een incident. Verbale agressie (44 %) en beledigingen (32 %) komen het meest voor. Opvallend is dat ruim twee daders op drie (69 %) vermoedelijk jonger zijn dan achttien jaar. Qua tijdstip is de kans op agressie het grootst in de avondspits (41 %).

Achtergrondinformatie Veiligheidsmonitor

Hier vindt u achtergrondinformatie over de Veiligheidsmonitor.