Boetebedragen en inbreuken waarop overlastboetes van toepassing zijn
Boetebedragen
| 1e inbreuk | 2e inbreuk binnen 12 maanden | 3e en elke volgende inbreuk binnen 12 maanden |
|---|
| Type 1 | 75 euro | 200 euro | 400 euro |
|---|
| Type 2 | 150 euro | 400 euro | 500 euro |
|---|
Inbreuken waarop overlastboetes van toepassing zijn
Type 1
- Geen geldig vervoerbewijs, bewijsstuk voor gratis vervoer of verminderingskaart hebben of kunnen voorleggen.
- De ritprijs (en administratiekost) bij de procedure ‘reiziger zonder (gepast) geld’ niet betalen binnen de 14 dagen.
- Bevuilen van voertuigen. Werpen of achterlaten van een voorwerp of stof op de voertuigen, aan de haltes, op de sporen of in de openbare ruimtes. Belemmeren van de dienst.
- Bevuilen of oneigenlijk gebruik maken van installaties, infrastructuur of apparatuur.
- De openbare orde of rust van aanwezigen ernstig verstoren door dronkenschap, verdovende middelen, onzindelijkheid, ongewenste fysieke contacten of beledigende uitlatingen of handelingen.
- In het bezit zijn van een voorwerp of stof die personen kan hinderen, bevuilen of ongemak bezorgen.
- De deuren van een voertuig blokkeren of ertegen leunen.
- Niet naleven van regels over het exclusief gebruik van deuren van voertuigen.
- De chauffeur of ander personeelslid van De Lijn in dwaling brengen tijdens de rit.
- Zich buigen of begeven over veiligheidsafsluitingen of markeringen. Zich zonder toestemming toegang verschaffen tot dienstloketten en doorgangen die voor het publiek verboden zijn.
- Roken in voertuigen, schuilhuisjes en andere overdekte ruimtes van De Lijn.
- Aanwijzingen van de chauffeur of controlepersoneel niet opvolgen.
- Misbruik maken van de reservatiemogelijkheden bij de belbuscentrale.
Type 2
- Gebruik maken van een vervalst vervoerbewijs, vervalst bewijsstuk voor gratis vervoer of van een vervalste verminderingskaart.
- Gebruik maken van een gepersonaliseerd vervoerbewijs of verminderingskaart zonder er titularis van te zijn.
- Beschadigen, hinderen of vertragen van een voertuig.
- Beschadigen of ontregelen van een installatie, infrastructuur of apparatuur.
- In bezit zijn van een voorwerp of stof die personen kan kwetsen of aan een gevaar kan blootstellen.
- De noodbediening van een deur gebruiken of ze op een andere manier openen. In of uit een voertuig stappen tijdens het manoeuvreren of voordat het volledig stilstaat.
- Misbruik maken van het noodsein.
- Aanraken van een elektrische leiding of installatie. Aanraken van een sein of de zichtbaarheid ervan belemmeren.