Werken nabij een installatie van De Lijn en op het openbaar domein
Plan je werkzaamheden op een locatie
waar je het openbaar domein van Stad Antwerpen inneemt
en dat in de nabijheid van een installatie van de Lijn ligt (bovenleiding, trambedding, metro)
Enkele voorbeelden: verhuis, kraanopstelling, werken aan haltes, werken aan spoorbedding, …
Dan zijn twee vergunningen verplicht voordat je mag starten:
Een vergunning voor inname van het openbaar domein via Stad Antwerpen.
Een werkvergunning van De Lijn voor werken aan of nabij traminfrastructuur.
Zonder beide vergunningen en onze veiligheidsvoorwaarden ondertekend, mag je de werken niet starten. Doe je dit toch, dan kunnen we in samenwerking met de politie je werken stilleggen.
Stap voor stap: hoe vraag je de vergunningen aan?
1. Start bij Stad Antwerpen
Je begint met een aanvraag voor inname van het openbaar domein via Stad Antwerpen. Als je werken uitvoert waarbij de openbare weg wordt opengebroken, spreken we van grondwerken. Grondwerken moeten altijd doorgegeven worden via GIPOD. Zonder geldig GIPOD-nummer kan je je aanvraag niet voltooien.
2. Noteer je dossiernummer (GW-nr.)
Na je aanvraag ontvang je een GW-nummer.
Je dossier krijgt een positief of negatief advies. Alleen bij een positief advies kan je verdergaan.
Waarom is een positief advies van De Lijn belangrijk?
Binnen De Lijn en Traminfrastructuur zijn er 5 afdelingen die een belangrijke rol spelen voor de toelating van de werken.
Deze zijn namelijk:
Antwerpse Premetro (Gebouwen)
Afdeling Sporen & Wegenis
Afdeling Bovenleiding
Afdeling Tractie & Elektromechanische Uitrusting
Afdeling Netwerkplanning
Toelating afdeling ‘Antwerpse Premetro’
Wij hebben een strikt beleid rond werken op, rond en naast onze Antwerpse Premetro’s.
Wanneer werken met een zware last of boringen gepland zijn, moet je hiervoor extra advies ontvangen. Werken op de metrokoker met een te zware lasten kan leiden tot schade of ongevallen. Als je werken dicht bij een ingang of uitgang van een metro uitvoert, moet je hiervoor een schriftelijke toelating ontvangen.
Toelating afdeling 'Spoor en Wegenis'
Wij hebben een strikt beleid rond werken op, rond en naast onze sporen.
Indien je werken een raakvlak hebben met onze Sporen & Wegenis, moet je hiervoor een schriftelijke toelating ontvangen.
Toelating afdeling 'Bovenleidingen'
Wij hebben een strikt beleid rond werken boven onze trambedding.
Onze bovenleidingen staan onder spanning en dit geeft elektrocutiegevaar.
Indien je werken op hoogte uitvoert en in de buurt van de Bovenleidingen, moet je hiervoor een schriftelijke toelating ontvangen. Onze bovenleidingen omvatten ook kabels en voedingsnetten in de grond.
Wij hebben een strikt beleid rond werken rondom onze Tractie & Elektromechanische Uitrusting. De afdeling Tractie & Elektromechanische Uitrusting (TEMU) bij De Lijn is verantwoordelijk voor alle elektrische en elektromechanische systemen die nodig zijn om trams te laten rijden, sturen, stoppen en veilig functioneren.
Het is dus een kernafdeling binnen traminfrastructuur en -exploitatie.
TEMU zorgt ervoor dat elektrische energie veilig en continu bij de tram geraakt.
Dit omvat:
Tractie-onderstations (omzetting van hoogspanning naar tramspanning)
Aarding en beveiligingen tegen elektrische risico’s
Afstandsmonitoring van het tramnet 24/7, via het Technisch Controle Centrum
Wij hebben een strikt beleid rond werken op ons Netwerk.
Onze trammen voor het openbaar vervoer moeten steeds in beide richtingen vlot en veilig kunnen passeren en zonder hinder te ondervinden. De bussen moeten ook steeds in beide richtingen vlot en veilig kunnen gebruik maken van de tram- en busbaan ook zonder dat deze hinder ondervinden.
De halte-infrastructuur moet altijd normaal bediend kunnen worden en er moet steeds een plaats vrij blijven waar onze reizigers veilig in- en uit kunnen stappen. De haltes en ingangen/uitgangen van de metro moeten bereikbaar en vrij blijven voor onze reizigers, tevens voor reizigers met een beperking.
Hierom dient er bij werken aan onze Netwerk een afgedrukt exemplaar van onze toelating aanwezig te zijn op de werf/werkzone.