Ga naar hoofdinhoud

Buurtbewoonster Valerie over spoorwerken in Gent

In de Papegaaistraat, Annonciadenstraat en Gebroeders Vandeveldestraat vernieuwden we de voorbije maanden de rubberen voegvulling langs de tramsporen. Buurtbewoonster Valerie woonde alles vanop de eerste rij bij. Ze vertelt hoe zij de werken, de hinder en de samenwerking met ons team beleefde.

10 maart 2026 - Tips, info en nieuws

We wisten altijd waar we aan toe waren

Valerie woont al tien jaar in deze Gentse buurt, samen met haar man en twee kinderen. Ze voelt zich er helemaal thuis: ‘Alles is dichtbij: winkels, scholen, openbaar vervoer. We doen veel te voet of met de fiets. Het is gewoon een heel leuke buurt om te wonen.’

Toen Valerie hoorde dat De Lijn werken aan de tramsporen zou uitvoeren, was haar eerste reactie weinig verrassend: ‘Niemand vindt werken voor de deur leuk.’ Ze had vooral zorgen over de bereikbaarheid van haar garage. Die zou tijdens een deel van de werken afgesloten worden, waardoor ze tijdelijk een garage verderop moest huren. ‘Daar kregen we geen compensatie voor, maar er is wel heel duidelijk gecommuniceerd wanneer we er wel of niet in konden.’

Ze benadrukt dat De Lijn de werken zo kort mogelijk probeerde te houden. ‘Dat kon ik echt appreciëren. Op voorhand kregen we alles netjes toegelicht en tijdens de werken bleef de communicatie heel nauw.’

Tijdens de werken: wennen, maar goed beheersbaar

Omdat Valerie op het uiteinde van de werfzone woont, kreeg ze alle fasen over zich heen. ‘De eerste dagen zijn altijd chaos, omdat mensen van buiten de buurt niet weten dat er werken zijn. Maar dankzij de omleidingen viel dat snel beter mee.’

Ze paste soms haar dagindeling aan de spits aan. ‘Bij de Nieuwewandeling was het drukker doordat iedereen dezelfde invalsweg gebruikte. Ik ging de kinderen dan gewoon wat vroeger van school halen.’ Over het algemeen vond ze de hinder beperkt dankzij de voorspelbaarheid: ‘Ik wist exact welke dag iets gesloten of opnieuw open ging. Dat maakte echt een groot verschil.’

Valerie heeft haar auto nodig voor haar werk buiten Gent. Dat maakte de afgesloten garage de grootste hinder. Maar: ‘Het was eerst een maand gepland, maar na drie weken mochten we er al opnieuw in. Dat was een meevaller.’

Contact met De Lijn en de werfleider: ‘Altijd iemand die me hielp’

De communicatie met Yves De Clercq, werfcommunicator bij De Lijn, noemt ze voorbeeldig. ‘Toen ik een mail stuurde, belde hij dezelfde dag nog terug. Hij hield mij drie tot vier maanden lang persoonlijk op de hoogte. Ik stond nooit voor een muur. Ik wist: als ik een vraag heb, kan ik iemand bereiken die écht met mij meedenkt.’ Als het echt nodig was, zochten ze naar manieren om de hekkens even weg te halen zodat ik toch in of uit mijn garage kon. Als het niet mogelijk was, legden ze duidelijk uit waarom. Die openheid maakte veel goed.’

Ook over de aannemer is ze lovend: ‘De mensen op de werf heb ik vanuit mijn appartement vaak bezig gezien. Ze werkten snel, onder alle weersomstandigheden. Soms zelfs ’s nachts, en alles bleef vlot lopen. Chapeau!’

Resultaten na de werken

Op vlak van geluid of trillingen voelt Valerie persoonlijk weinig verschil. Wat ze wél duidelijk merkt, is dat een terugkerend probleem met wateroverlast opgelost lijkt. ‘Bij hevige regen stond er altijd water op de sporen ter hoogte van de Papegaaistraat. Nu niet meer. Dat is echt een verbetering.’

‘Ik had niet verwacht dat De Lijn zo zou meedenken.’

Haar advies aan bewoners bij werken? ‘Neem zeker contact op met het e-mailadres in de bewonersbrief. Vraag naar een contactpersoon. Ik verwachtte een standaardmailtje, maar ik kreeg echt iemand die maandenlang met mij meedacht. Dat had ik niet verwacht van De Lijn. De hinder is er sowieso, maar door de vlotte communicatie werd die zo beperkt mogelijk gehouden.’